|
Bram Som, Ruben Jongkind en de methode Verheul
Op 14 mei ontving ik een mailtje van Edwin van den Berg, getiteld ‘Bram Som traint methode Verheul...’ met daarin een link naar de site van de Atletiekunie, waar te lezen is:
Voor zijn trainingsaanpak verwees Som naar de manier waarop Sebastian Coe trainde. ‘Al deed hij veel meer herhalingen dan ik nu doe. Ik train zo'n 50km per week, waarvan 15 in- en uitlopen is. Maar de rest is kwaliteit. De duurtraining - zeg maar alles met hartslag 130 - 140 - doe ik in het zwembad of op de fiets. Daarom voel ik me ook veel frisser dan vroeger.'
Som varieert zijn dagelijkse trainingen over vijf afstanden, met elk hun eigen snelheid: 200 - 400 - 800 - 1500 - 3000/5000m. ‘Al die afstanden komen per week wel een keer aan de beurt. En ik doe ook wel eens een fartlek. Maar ik zit dus steeds heel dicht bij wat ik op de 800 meter in wedstrijden doe. Alles is dus wat vlakker, een beetje zoals in de methode-Verheul.'
‘Iedere twee dagen met looptraining wissel ik af met een duurtraining in het zwembad of op de fiets. Het is dus steeds een puzzel om elke training een plek te geven.'
‘Het meest spannend is voor mij om te zien hoe groot met deze aanpak de rek is om van de 1.46 naar 1.43 of 1.42 te komen. En ik ben benieuwd of ik straks tijdens een toernooi drie keer achtereen een harde wedstrijd kan lopen. Dat ga ik binnenkort al een keer testen bij de WK voor militairen, waar ik twee ronden moet lopen.' (zie: http://www.atletiekunie.nl/index.php?page=109&nieuwsitem=2961)
Hier wordt de ‘methode Verheul’ weliswaar genoemd, maar er valt toch echt niet uit op te maken dat Bram Som volgens de methode Verheul traint. Evengoed was dit bericht wel de aanzet tot een discussie over deze kwestie op het forum van www.avphoenix.nl. Daar wordt ook geopperd Bram Som en zijn trainer eens uit te nodigen voor een lezing bij Phoenix. Een goed idee zou ik zeggen.
Daarop vooruitlopend kunnen we rustig stellen dat het geen klassieke methode Verheul wat Bram Som doet, maar wel dat er een zekere verwantschap is wat betreft het trainen in wedstrijdsnelheden. In de methode Verheul trainen we, glijdend vanwege de periodisering, heel veel in wedstrijdsnelheden van de 1500/3000m tot aan het wedstrijd tempo van de halve marathon, waarbij het zwaartepunt in de winter meer in het langere/langzamere en in de zomer het kortere/snellere ligt. Ruben Jongkind laat Bram ook in snelheidsbereiken van kortere wedstrijden dan de 1500m trainen.
Dat is dus een verschil met de klassieke methode Verheul en tevens een discussiepunt in onze vereniging (zie het artikel van Sandra Meeuwsen en Eline Altenburg - van den Broek, Phoentje, jrg 50,no. 3, maart 2009, blz. 54-57: ‘Two ladies with a mission, spannend avontuur op Curacao', en de reactie daarop van Joost Borm op de website: ‘De trainingen van de 400/800 groep’, 6 april 2009).
Volgens Herman Verheul was sneller trainen (dan 1500m/3000m-wedstrijdtempo) ook voor de 800m niet noodzakelijk / ongewenst en kon je snelheid opdoen /onderhouden door korte afstanden als wedstrijd te lopen. Wil je een goede 800m lopen, zul je dus naast een goede 3000m en 1500m ook een goede 400m en 200m moeten kunnen lopen en die afstanden zou je volgens de filosofie van Verheul dan ook regelmatig moeten lopen. Het is dus de vraag of je dan 80tjes of b.v. snelle 100tjes nodig hebt (die niet horen bij de klassieke methode Verheul). Er gaat echter wel een soort aantrekkelijke 'logica' vanuit (‘je moet trainen in wedstrijdtempo’) en het is vanuit die 'logica' dat Joost Borm experimenteert in de 400-800 trainingen, waarbij hij á la Verheul ontspannen lopen propageert. Dit principe van trainen in wedstrijdtempo (of zelfs sneller), is al te vinden bij de Duitse trainer Woldemar Gerschler (trainer van wereldrecordhouder 800, 1000 en 400 meter Rudolf Harbig), die rond 1930 al het principe huldigde 'dat je in training atleten zo snel moet laten lopen, dat de tempo-eis, die door de wedstrijd gesteld wordt, hen gematigd en doorgaans realiseerbaar voorkomt'.
Er wordt vaak nog een ander argument naar voren gebracht waarom de klassieke methode Verheul zou moeten worden aangepast voor het bereiken van je topprestatie op de 800m: Herman Verheul heeft geen toplopers voortgebracht op de 800m. Dit argument houdt echter geen rekening met het toeval. Verheul heeft eenvoudigweg niet kunnen werken met lopers die de natuurlijke snelheid hadden om een bijzonder goede 800m loper te worden. Ad Buijs, Klaas Lok en Joost Borm waren daar van nature te traag voor. ‘Het grootste talent van Phoenix ooit’ (uitspraak Verheul) dat over een goede basissnelheid beschikte, wilde niet volgens de aanpak van Verheul trainen maar was volgens Verheul Nederlands kampioen 800m geworden als hij één vierde van zijn trainingen had gedaan... Er valt dus nog genoeg te experimenteren!
Laten we nu echter eens kijken naar een aantal lopers/sters van Phoenix dat zich vooral wil toeleggen op de 800m, en daarbij refereren aan de klassieke methode Verheul, dan lopen ze wel 80tjes, maar ze lopen die 200m- en en zeker die 3000m-wedstrijden niet…vooral, denk ik, omdat ze er niet van houden of er bang van zijn. Het is dus ook een kwestie of je het linksom of rechtsom wilt bereiken, met of zonder angst, rekening houdend met voorkeuren of niet, of hoe je het ook wilt zien… Je ziet bij die lopers nu dus in ieder geval meer specialisatie (eenzijdigheid) dan Verheul lief zou zijn geweest.
Een ambitieuze trainer wil een atleet naar het hoogst denkbare niveau brengen en wordt daarbij altijd voor de uitdaging gesteld een goede balans te vinden, niet alleen tussen de noodzakelijke trainingsbouwstenen maar ook tussen die bouwstenen en het plezier dat een atleet aan zijn sport beleeft. Soms zal een trainer voet bij stuk moeten houden, soms zal hij moeten onderhandelen met de atleet, moeten toegeven, soms zal hij de atleet moeten voorhouden dat het volgen van zijn eigen voorkeuren misschien niet de beste weg is om het hoogste te bereiken, hem moeten verleiden om een bepaald trainingsregime aan te houden.
De methode Verheul wordt wel eens voorgesteld als een te generiek systeem, dat te weinig rekening zou houden met wat de individuele atleet nodig heeft. Maar de methode Verheul is wel een flink instrument, laten we zeggen een orgel waarmee met behulp van de klavieren, registers en pedalen de dirigent / trainer vele, individuele liederen kan laten klinken. Maar altijd zal er een moment zijn, zullen er momenten komen dat de dirigent / trainer zich moet afvragen of ook andere instrumenten moeten worden ingeroepen om het concert, de prestatie van de atleet, optimaal te kunnen laten zijn.
Terug naar Bram Som. Traint Bram Som methode Verheul? Nee, dat kun je niet zeggen. Ruben Jongkind is wel door de methode Verheul beïnvloed, mede omdat hij inderdaad bij Phoenix volgens een Verheul-schema heeft getraind en ik verschillende keren met hem van gedachten heb gewisseld. Maar Ruben is evenzeer beïnvloed door andere trainers en opvattingen en meent dat je onder andere uit moet gaan van van bepaalde sleutelafstanden en dat je de snelheden behorende bij die afstanden regelmatig moet trainen.
Toen ik Ruben maandagmorgen j.l. (25-5-2009) per sms feliciteerde met het door Bram Som behalen van de WK-limiet in Rabat, Marokko, sms-te hij vanuit Marokko terug: "Hoi Herman, bedankt. We hebben het dus in Marokko gedaan. Mooi land! Wel veel hitsige kerels op de tribune, dus ik zou Saskia daar niet laten lopen;-) maar het is vrij makkelijk gelukt zelfs. In Hengelo verwacht Bram een snellere tijd! Ook dank aan jou voor een stuk kennis dat ik nu deels toepas!!" Dus er lopen wel wat lijntjes van de methode Verheul naar Ruben Jongkind en van Ruben Jongkind naar Bram Som.
Maar laten we Ruben en Bram maar eens uitnodigen bij Phoenix, zodat ze zelf kunnen uitleggen, hoe ze dat zien, dat trainen voor die prachtige afstand: de 800m.
Op 27-5-2009 berichtte Ruben Jongkind hoe de training van Bram Som er in grote lijnen uitziet:
"Heel globaal wat we doen is dat we i.p.v. de duurlopen intervalduur doen waarbij de pauzes korter zijn dan bij methode Verheul en de tempo's hetzelfde. Pauzes korter omdat Bram professioneel atleet is die voldoende rust heeft en anders slijt er teveel jog-tempo in de trainingen. Verder doen we ook minder dan de opgegeven Verheul-aantallen. Omdat we minder wedstrijden doen dan in Verheul, doen we ook hardere trainingen. Verder ook veel crosstrainen (zwemmen en fietsen) en techniekwerk. En ook krachttraining met gewichten en sprongwerk wat in methode verheul niet echt voorkomt.
Zo heb je al vast een idee. Duurlopen zoals herstelduurlopen, tempoduurlopen, lange duurlopen en zonetraining in duurlopen doen we dus helemaal niet."
Op 30-5-2009 vult Ruben aan:
"Het schema dat voor Bram wordt gemaakt, maken wij zelf (Florian*, ik en Bram). Uiteindelijk is het de methode Som. We gebruiken daarbij onze kennis van heel veel verschillende trainers en trainingsmethoden en niet te vergeten de vele wetenschappelijke resultaten van onbekende bewegingswetenschappers.
Wat betreft Verheul/souplessmethode. Ik heb daar vanaf 2004 zelf mee geexperimenteerd toen ik het boek van Lok had gekocht en kwam later in 2006 bij jou en leerde van jou hoe de methode Verheul in elkaar steekt. Als je een training ontwerpt waarin je bijvoorbeeld het 5 km-systeem wilt gebruiken dan is het handig de 400jes te gebruiken. Maar als ik eerlijk ben en je ziet het schema van Bram, dan is het gewoon het schema van Bram en uniek in zijn soort. Je zult zeker in de voorbereiding verheulachtige training zien en gemiddeld ook een aantal keer per mesocyclus, maar de methode Verheul (correct me if I'm wrong) is een integrale methodiek waarbij periodisering en focus vooral op basis van wedstrijdkeuze plaatsvindt, waar adaptatie gaat via geleidelijke automatische versnelling van de gelopen afstanden, waarin zeer frequent wedstrijden lopen erg belangrijk is, waarin door de bank genomen een weekritme aangehouden wordt, waarin voor goede atleten 1 rustdag per week is**, waarin alternatieve training (fietsen, zwemmen) wordt afgeraden, waarin de plaats van looptechniek als apart te trainen stimulus ondergeschikt is aan de souplesse die je d.m.v. lopen van de intervals opdoet, waarin gewichttraining niet plaats vindt en waarin voor 800 meter lopers niet/nauwelijks in wedstrijdtempo of sneller wordt getraind (wel gelopen in wedstrijden). Al deze kenmerken zijn in Bram's schema anders. Wat gemeengoed is, is de afkeer van lange rustige duurlopen voor de 800-5000 meterlopers. Daar vinden wij elkaar in en daar zal ook de verwarring mede door zijn ontstaan. Maar het kernprincipe van Verheul hangen wij ook aan: een middenlange afstand loper moet trainen als een middenlange afstandloper en niet als een marathon loper, de basis is snelheid op, net onder en boven wedstrijdtempo."
* Florian Kugler, een Duitse bewegingswetenschapper
** Commentaar HL: Dit is wat voor sommige atleten misschien (nog) gewenst is, Verheul ging echter uit van (uiteindelijk) dagelijks trainen.
|